Het zaaisysteem van de Makkelijke Moestuin
Meteen op de juiste plek en op de juiste afstand van elkaar.
Ook zet je zoveel mogelijk verschillende soorten groentes in één bak en doe je vanzelf aan wisselteelt.
Waarom levert het MM-zaaisysteem zo veel op?
Die neemt dus niet eens zoveel ruimte in, maar toch haal je daar een enorme oogst uit.
Dat komt omdat je niet zomaar zaait, maar werkt met een systeem.
Daarmee kies je:
- altijd zaden en kruiden die veel opleveren,
- zaai je op de juiste tijd van het jaar,
- houd je rekening met de hoogte van de plant,
- zet je in elk vak een andere groente,
- én geef je je planten precies genoeg ruimte.
En gebruik je onze MM-app, dan hoef je daar niet eens over na te denken, want die doet dat voor je:
Dus loop ik alle punten even langs.
1. Groentesoorten waar je veel van kunt oogsten
Maar als je echt veel wilt oogsten, dan ga je voor soorten die snel en makkelijk groeien, zo min mogelijk ruimte innemen, en waar je zo lang mogelijk plezier van hebt.
En uiteraard moeten ze veel lekkerder zijn dan de groentes uit de supermarkt.
Veel van onze eigen groentes lijken doodnormaal, maar zijn dus best bijzonder.
Zo groeit onze courgette omhoog aan een klimrek, worden de radijzen megagroot, en gebruik en onze palmkool en maai-boerenkool maar één vak van 30x30 cm.
Terwijl je voor de meeste koolsoorten al snel een vierkante meter nodig hebt.
Kijk maar naar onze pluksla: die vult het hele vak, maar je kunt er extreem veel blad van oogsten.
En omdat de planten dan van binnenuit gewoon doorgroeien, heb je er ook lang plezier van.
Zelf zijn we daarom altijd op zoek naar de beste soorten.
En hebben we er weer een gevonden, dan staat die al snel in onze shop én in de app.
2. Zaaien op de juiste tijd van het jaar
Maar zaai je midden in de zomer, dan doen sommige groentes het ook niet zo goed omdat het te warm is.
Neem nou bonen. Omdat die van warmte houden, zaai je ze in mei en juni.
Dan groeien ze goed en pluk je vanaf juli de lekkerste bonen:
Maar voor rucola maakt het niets uit: die kan vanaf begin maart tot en met september.
En winterpostelein zaai je weer prima in de herfst: daar oogst je dan de hele winter van.
Daarom kweek je die eerst binnen op en zet je ze pas eind mei buiten.
3. Hoogte van de planten bepaalt de plek in de bak
Om die schaduw te voorkomen zetten we een klimrek altijd aan de noordkant van de moestuinbak en wijst de voorkant naar het zuiden.
De laagste plantjes komen vooraan - aan de zuidkant - en de hoogste achteraan.
Gebruik je de app, dan kies je een vak dat je in wilt zaaien en geeft de app je aan welke groentes daar het beste in passen.
4. In elk vak een andere groente
Dat ziet er niet alleen leuk uit, maar voorkomt ook dat je té veel van hetzelfde zaait en alles tegelijkertijd moet oogsten.
Op deze manier spreid je automatisch je oogst.
Ongedierte heeft namelijk altijd een voorkeur voor sommige planten en weer een hekel aan andere.
Door alles door elkaar te zetten, zullen ze minder snel toeslaan.
Zet je er dan ook nog soorten tussen die nuttige insecten aantrekken, dan ben je dubbel goed bezig.
Want die helpen ook mee.
Plantenfamilies en wisselteelt
Want zet je planten van dezelfde plantenfamilie telkens in hetzelfde stuk grond, dan doen ze het steeds minder goed, worden ze zwakker en krijgen ze ook eerder last van ziektes en plagen.
Tuinders met een gewone moestuin maken daarom uitgebreide schema's om hun gewassen in de loop van de jaren op verschillende plekken neer te zetten.
Dat noem je wisselteelt.
Daar heeft elke familie een ander kleurtje:
- Blad: Sla, Spinazie, Snijbiet
- Vlinderbloem: Boontjes, peultjes, sugarsnaps
- Nachtschade: Tomaat, Aardappel
- Kruisbloem: Broccoli, Kool, Rucola, Radijs
- Vrucht: Snackkomkommer, Klimcourgette, Baby Pompoen
- Wortel: Lente-ui, Wortel, Bieten
Zet jij die nu zoveel mogelijk door elkaar - en zet je niet 2x dezelfde familie achter elkaar in hetzelfde vak - dan doe je vanzelf aan een soort wisselteelt.
Ook daar helpt de app bij.
Want als jij daarin een vak bietjes (oranje) leeg-oogst en je dat opnieuw wilt inzaaien, dan stelt de app je een groente voor met een ander kleurtje.
Sla bijvoorbeeld, want die hoort bij de groene familie.
Dan begin je in het nieuwe jaar weer from scratch.
5. Zaai meteen op de juiste afstand
Grote planten hebben meer ruimte nodig - daarvan past er maar één in een vak - maar bij kleine plantjes passen er meer in.
Bijna alle groentes kun je onderverdelen in de maten:
- Klein: 16 plantjes zoals Radijs
- Medium: 9 medium plantjes zoals Rode bieten
- Groot: 4 grote planten zoals Paksoi
- XL: 1 grote plant zoals Palmkool
Bovendien hoef jij ze dan later niet of nauwelijks meer uit te dunnen of te verplanten.
Dat scheelt niet alleen werk, maar óók zaadjes.
Op de zakjes Makkelijke Moestuinzaden staat met een vierkantje aangegeven hoeveel van die groenteplantjes in een vak passen:
6. Lege vakken zaai je meteen weer in
Zo houd je de vakken het hele moestuinseizoen gevuld en maak je optimaal gebruik van ruimte in je bak.
De foto hieronder is van eind juni.
De laatste sugarsnaps zijn net geoogst, de planten uit het vak gehaald, en in veel van de voorste vakken staat al een tweede ronde:
In sommige vakken groeien per jaar dus wel drie of vier verschillende groentes.
Volgende stap
De volgende logische stap is het praktische deel: